In Dienst van God

God said:

Ik zeg "Kom bij Me", zelfs als Ik weet dat je hier bij Mij bent. Dit is wat een God doet. Hij houdt je in Zijn armen en zegt "Kom bij Me". En soms zegt Hij "Blijf hier bij Me". Soms zegt hij "Wees lange tijd bij Me in een land van geen tijd". Soms zegt Hij "Je bent voor altijd bij Me".

Hij zegt "Er is geen mogelijkheid van afscheiding". En dat is het hele verhaal. Er is geen afscheiding en er gebeurt werkelijk niets. Zijn is, maar het gebeurt niet. Het is eenvoudig. Het leven zoals je dat op Aarde leeft is een serie niet-gebeurtenissen die lijken te gebeuren. Dit is jouw ervaring. Er gebeurt iets, zelfs als er niets gebeurt. Wat hou je van ervaringen, dat wil zeggen van die welke je wilt.

Verlangen is een brug die je bouwt vanuit gedachte naar zogenaamde verwerkelijking. Van een versie van gedachte naar een andere. Van een elektrische vonk in jouw zenuwstelsel naar een andere. Van een sprong naar een andere. Er is verlangen en toch is er geen brug en toch reiken jouw gedachten overal en programmeren ze zichzelf.

Je bent als een schildpad op Aarde. Je draagt de Aarde als een schild op je rug. Je weet niet wie je bent of wat je doet. Het doen dat je doet is helemaal niets. Je denkt dat het doen is en dat is genoeg, het te denken. Je bent geen apparaat. Je bent een concept waarvan je een tekening maakt.

Er gaat een optocht voor je voorbij en jij verbeeldt je dat je in de optocht bent. Het geheel van het leven op Aarde is een parade. De ene groep volgt de andere. Als olifanten die de staart van de olifant voor hen vasthouden, loop je heen en weer en voel je enorme opwinding.

Er zijn geen werkdagen, toch is elke dag een werkdag. Er is geen vrij van werk. Er zijn alleen vakantiedagen, de ene na de andere. Er zijn dagen voor bezig-heid. Werk is een veronderstelling.

Levend op Aarde, leef je. Je leeft in een maalstroom van het leven. Het is een hele dans zoals je in- en uitgaat en op en neer en vasthoudt aan nietsheid alsof die van jou was en jouw doel zou zijn. Je delft overal naar goud. Goud is overal, ofschoon jij jezelf toestaat het alleen in bepaalde aangewezen plaatsen te vinden. Je klauwt naar goud alsof je honger had en goud een maal was.

Je kunt niets kopen. Je kunt het alleen verdienen. Je verdient al het goede, of je het waard bent of niet. Je zet tin om in goud. Je kunt het Universum laten draaien met jouw gedachten en het elke richting op gooien. Je kunt de sterren vangen en ze laten draaien. Je kunt jezelf in de zon warmen terwijl je op Aarde bent. Er is niets wat je niet kunt doen en minder wat je niet gedaan hebt.

Je bent een wonderbaarlijk slapend Wezen op Aarde.

Stil word je wakker. Je aanschouwt jezelf en uiteindelijk zeg je, zoals je Mij hebt horen zeggen, "Wat mooi". Je zegt "Wat ben ik die God gemaakt heeft mooi, want God liet mij de wereld dienen. Het dringt net tot me door dat God mij maakte om de wereld mooi te maken. Ik kom hier net achter. Ik ben bezig tot de gedachte te ontwaken dat God mij hier voor een reden heeft neergezet, en ik ontdek die reden, niet voor mijn voldoening, maar opdat ik God, verzadigd met liefde, ten hoogste en ten volle kan dienen. Ik ben Gods verlangen. Ik heb dit besloten. Ik heb besloten dit te accepteren.

"En dus ben ik naar U toegekomen, God. Ik zal aan Uw voeten zitten. Ik sta op om naast U te gaan zitten alsof U mij bevoorrecht. U bevoorrecht mij, zelfs als ik weet dat u allen bevoorrecht. Het is mijn geluk tot Uw dienst te staan."

Translated by: Luus

 

Your generosity keeps giving by keeping the lights on