God Vóór Alles

God said:

Naarmate Ik meer in jouw bewustzijn kom, besta je niet meer zo erg. Naarmate jij je Mij meer herinnert, herinner jij jezelf minder. Ik bedoel dat je dat ego-zelf van je minder herinnert, degene die al het racen en rondrennen doet, degene voor wie zoveel uitermate belangrijk is, want natuurlijk naarmate jij Mij meer begint te herinneren, herinner je Jouw Grotere Zelf meer.

Wat altijd zo belangrijk voor je was is niet langer zo belangrijk, niet zo dringend, niet zo overweldigend, niet zo aantrekkelijk, niet zo noodzakelijk, niet zozeer een ster in jouw leven. Mijn bestaan krijgt de overhand. Jouw bestaan is er tevreden mee meer op de achtergrond te dienen. Het kan je niet zoveel schelen wie jou opmerkt, wie rekening met je houdt, wie jou ziet als uiterst belangrijk, wie jou vleit, wie grote aandacht aan jou besteedt. Geliefden, het is jammer dat meer dat niet doen, maar aanbeden worden staat niet zo hoog op jouw lijst. Ik sta hoog op jouw lijst en jij bent er meer dan tevreden mee dat de aandacht op Mij gericht is.

Als Ik zogezegd 's morgens opsta, want Ik ben altijd opgestaan, dan wacht je op Mij en sta je met Mij op. Je loopt met Mij mee, blij in Mijn schaduw te lopen, blij dat Ik de eerste ben. Je bent er blij om, in Mijn voetstap te volgen, Mij bij te houden, jezelf aan Mij toe te kennen, en dit is hoe je jezelf gaat vinden. Vergeet jou, herinner je Mij.

Je vestigt jezelf in het Hemels Koninkrijk door jouw kleine zelf op de achtergrond te plaatsen. Je hebt niet langer behoefte aan roem of zelfs erkenning. De erkenning die er voor jou toe doet is de Mijne, en dan, naarmate We verder gaan, hoef jij niet langer jezelf te erkennen in de mate waarin je dat eens deed of zelfs helemaal niet zo erg meer.

Wie was die mens die altijd al jouw tijd en aandacht in beslag nam? Wie was die mens met wie je altijd rondhing en mee roddelde en iets op had aan te merken en voor alles liet komen? Wie was die mens die je kende en met wie je gewend was uit te gaan en voor al het andere liet komen?

Ah, nu is die mens teruggeweken. En nu heeft die mens plaats voor God gemaakt, het pad voor God geschoond, rozenblaadjes op het pad voor God gestrooid, blij het pad voor God te vegen, uit te vinden dat als je God volgt, als God jou vooruit is, God jou ook volgt. En dan wonder boven wonder, verenig je je en jij en Ik zijn Eén en lopen rechtop en groot over de horizon.

Wie en wat anders valt er te weten? Die persoonlijkheid waarvan je eens dacht dat die alles was? Misschien dacht je dat je het gemiauw van de kat was. Nu kun je je zelfs niet herinneren wat je gewend was te denken over dat kleine zelf waar je zo in opging. Waarschijnlijk was dat toen je gewend was de massa te volgen. Nu volg je Mij. Dit plaatst jou in een prachtige positie. Oh ja, een volger zijn als je Mij volgt. Een leider voor de wereld zijn als je Mij volgt.

Dan, zoals Ik zeg, versmelten Wij in Eenheid. Je begrijpt dat dit altijd het geval was, dat We Eén zijn, alleen had jij jezelf verblind. Je ging zo op in de soap-opera dat je vergat dat het maar een show was. Je bleef naar het scherm kijken en veronachtzaamde wat er achter het scherm was.

Nu ben je, door je hoofdrol te vergeten, inderdaad een ster geworden. Sterren stralen. Dat is hun lievelingsbezigheid. Sterren scheppen er genoegen in te stralen en toch is het niet voor zichzelf dat ze stralen. Ze stralen voor Mij. Daarom stralen ze voor allemaal. Ze lijken op Mij. Af en toe wordt die gelijkenis gezien, niet dat je daarom geeft op de manier die je gewend was. Nu is het God vóór alles.

Translated by: Luus

 

Your generosity keeps giving by keeping the lights on