Heavenletter #4463 Op het Cellulaire Niveau
God zei:
Dit is het ogenblik van de Waarheid, als je gaat zitten om te horen wat Ik te zeggen heb. Dit geldt of je nu degene bent die hoort wat Ik zeg of degene die leest wat er geschreven staat dat Ik zeg. Je hoort of leest Mijn liefde vertaald in woorden. Er is geen afstand tussen. Afstand bestaat niet. In elk geval gaan Mijn woorden, Mijn denken, Mijn liefde jouw cellen binnen. Geliefden, Wij werken op het cellulaire niveau. Dit is geen tijdverdrijf waar We Ons mee bezig houden. We zijn buiten het gebied van ingebeelde tijd.
Gedachte is niet gescheiden van jouw atomen. Je dacht toch niet dat Ik gewoon maar Spreker of Schrijver was, hè? Het verschil is dat Ik niet verzwakt word. Het verschil is dat Ik door en door eerlijkheid ben. Ik ben niet slim. Ik ben niet bedachtzaam. Elk woord uit Mijn adem is oprecht en spontaan. Ik bereid Mijn gedachten niet voor om ze jou in woorden te presenteren.
Het is als toen Ik de wereld schiep. Ik beulde Mezelf niet af. De Schepping was gemakkelijk en simpel. Er was niets aan. De geschapen wereld was Mijn wens. Op hetzelfde moment dat Mijn wens opborrelde, ontstond de Schepping.
Het is alsof Ik een Jazzpianist ben. Je zou kunnen zeggen dat Ik improviseer. Mijn vingers kiezen de melodie als ze over de toetsen reizen en de melodie spelen. Niet echt geïmproviseerd, want wat kan Mijn wijs anders dan de toets rakend en van het wezenlijke zijn? In het geval van Mijn woorden hier, volgt degene die typt Mijn noten op de piano. Ze houdt het bij. Soms mist ze een noot, maar dat is oké omdat Ik Degene ben Die op de piano speelt, en de hele wereld hoort Mijn muziek, zelfs als je niet weet dat je Mij hoort. Mijn rivier stroomt diep. Wat Ik tegen de één zeg, zeg Ik tegen allemaal. Ik roep allen. Ik roep jou.
Er is een pauze tussen de noten, die is als de pauze tussen hartslagen. De pauze is zo krachtig als de slag. Pauze is geen afwezigheid. Ik ben volledig in de pauze zowel als in de slag. Ik maak muziek, geliefden, en je hoort de slag, en je voet tikt.
Met dezelfde ademtocht dat Ik tegen je zeg dat je niets weet, zeg Ik dat je Alles weet. Je bent geen vreemdeling voor de Waarheid, de Waarheid van Mij en de Waarheid van jou, die Eén en Dezelfde zijn.
Je bent alleen in trance. Je slaapwandelt, hoewel je vaag bijna onmerkbaar Mijn Stem hoort, die jou roept, die tegen jou fluistert te ontwaken, Mijn roep aan jou te horen. “Ontwaak”, zeg Ik. “Hoor Mij. Doe je ogen open. Kom uit jouw slaaptoestand.”
Je kunt blijven waar je bent en toch kun je tegelijkertijd Thuis komen. Je kunt weten waar Ik ben en waar jij bent en waar onze harten verblijven als Eén.
Als Ik een Wonder ben, wat ben jij dan? Is het niet wonderlijk dat jij op Aarde bent? Is het niet wonderlijk dat jij tegelijkertijd in de Hemel bent? Is het niet wonderlijk dat Wij Eén zijn en dat jij acteert alsof We twee zouden zijn? Is het niet wonderlijk dat het leven er is en er niet echt is en dat Al Wat Is werkelijk Eenheid is? Wiens Eenheid kan het zijn als het Eenheid is? Wie kan ze toebehoren als Alles Eén is? Wie schrijft het verhaal en wie leest het? Wat is het verschil? Voor jou lijkt dit kopiëren van Mij als een individu op Aarde een wereld van verschil, maar er is niet echt een wereld, of wel? Er is de Eenheid van Hart die Ik ken als Eén, en die de vermeende jou diep van binnen ook kent als Eén.

