HEAVEN #3851 Een Vuistregel
God zei:
Alle eigenschappen die je in anderen ziet kunnen heel goed jouw eigenschappen zijn. Je zou het onheilige misschien niet zien als jij je niet onheilig gevoeld had en het in jezelf niet mocht. Als je met een ander vecht, is er iets in jezelf waartegen je vecht, waarom zou je anders dan tieren om wat een ander zegt of doet?
Je bent vertrouwd met onwetendheid. Je kunt de onwetendheid van een ander niet uitstaan, omdat jij ervaring hebt gehad met die van jezelf. Je wilt er niet aan herinnerd worden.
Je bent vertrouwd met koppigheid en je bent koppig om de koppigheid van iemand anders.
Je bent geërgerd over alle eigenschappen die jij zelf ervaren hebt. Je kunt een vrek niet uitstaan en toch ben je een vrek geweest.
Omgekeerd is het zo, dat als je door de goedhartigheid van iemand verheven wordt, jij goedhartig geweest bent. Als je een glimlach van iemand waardeert, heb jij geglimlacht.
Alles bij elkaar raak je geïrriteerd door dat wat jij ten toon gespreid hebt. Wat je ook tegenkomt, het is een schaduw van jou. Waar je van houdt is ook een schaduw van jou. Wat je ziet is een herinnering van jou.
Als je onrechtvaardigheid niet kunt verdragen, dan word je misschien fijntjes herinnerd aan je eigen onrechtvaardigheid.
Elke karaktertrek die jou razend maakt, ken je goed. Zolang je geïrriteerd bent, heb je nog niet alle sporen van die karaktertrek overwonnen. En dat wat jou in een ander vreugde geeft, die vreugde is ook een weerspiegeling van jou.
Je moet over dingen heen komen. Kom over jouw zelfzuchtigheid heen en de zelfzuchtigheid van anderen zal niet de grote boeman zijn die ze jou nu lijkt te zijn. Boeman of vriend lijkt jouw repertoire te zijn. Je bent beide aspecten geweest. Je bent zeer ervaren in beide.
Natuurlijk is het zo dat wat jij als onwetend ziet, iemand anders als slim ziet. En zo voort.
Waar ga Ik hier mee naar toe? Let meer op jezelf dan op anderen. Anderen zijn niet verplicht aan jouw normen te voldoen. Noch hoef jij aan die van hen te voldoen. Soms moet je goed genoeg zo laten. Als iemand gelukkig is, laat ze dan met rust.
Het is aan jou de leraar van het leven voor je eigen zelf te zijn. Als je moet onderwijzen, onderwijs dan jezelf. Onthou je ervan anderen te verbeteren. Niemand bedankt je. In feite ben je hun in de weg gaan staan. Verplaats de schaakstukken aan jouw kant van het bord en sta anderen toe die van hen te verplaatsen.
Soms is het moeilijk te weten wanneer je helpt of wanneer je je ermee bemoeit. Natuurlijk bedoel je altijd te helpen, terwijl jij het misschien alleen zelf bent die je daardoor een goed gevoel geeft.
Doe goed, maar wees geen weldoener.
Er is zo'n scherpe grens. Je wilt dienen en toch kun je te ver gaan.
Let op wat je doet. Neem niet het pad van iemand anders over. Ze hebben hun pad en jij hebt het jouwe.
Als iemand honger heeft, voed hem. Je voedt hem niet met dwang. Je biedt aan. Je laat het blad met voedsel achter. Je laat het eten over aan hun wil.
Het is niet altijd gemakkelijk voor je te weten wanneer het aanpakken is of afblijven.
Vorm jezelf om en je vormt de wereld om.
Vorm iemand anders om en je interfereert.
Laat iemand jou om raad vragen voordat je die geeft. Dit is een vuistregel.

