Heavenletter #4849 Het Wonder van Eenheid
God zei:
We kunnen zeggen dat jij de twinkeling in Mijn oog bent. We kunnen zeggen dat jij het uitstorten van Mijn hart bent. We kunnen zeggen dat jij het Licht van God bent dat op de Aarde werd rondgestrooid. Jij bent de verkondiger van Mijn Hart, Mijn Visie en Mijn Reden van Bestaan.
Iedereen en alles is Mij, ja, en dat betekent jou.
Ik heb geen greintje egoïsme in Mij, maar het is voor Mijzelf dat Ik jou laat komen om Mij gezelschap te houden. Ik mag jou. Ik heb je graag om Mij heen. Ik hou toevallig ook van jou met elke ademtocht van Mijn Wezen. Ik heb liefde te geven en Ik geef haar.
Je kunt zeggen dat Ik het Universum schiep zodat er verhalen zouden zijn. Dat zit er niet teveel naast. Door jou komen er verhalen. Er is nooit een gebrek aan verhalen om te vertellen, om over te getuigen, om je over te verwonderen, om naar de betekenis ervan te zoeken. De betekenis is Leven in de Wereld. Soms zou je het leven op Aarde willen overslaan en gewoon tot de kern van de zaak komen. Natuurlijk zul je dat. Dat doe je al.
Je zult helemaal vooraan staan. Je zult zien dat Ik Mij houd aan alles wat Ik beloofd heb. Er is niet echt houden aan. Er is werkelijk niets anders dan Eenheid en vanuit Onze Eenheid zijn alle verhalen en gedichten en mythologie en verwondering gekomen.
Het ontbreekt je aan niets, geliefden. Terwijl je rondzwerft in de wereld, ben je ook terug bij Mij in wat de Hemel genoemd wordt, en het ontbreekt je ook aan niets. Heelheid bestaat. Waar kan er binnen Heelheid gebrek zijn? Je bent Heel, geliefden. Je bent het Wonder van Eenheid. Het is jezelf die je nu voor jezelf wilt verwezenlijken. Je bent jouw eigen ontdekking en het gebeurt soms dat je onverwachts op jezelf stuit.
Wat een leven heb je! Op wat een wereld snel je en betrek je jezelf in! Wat een stormen flans je in elkaar! Wat een wonderen voer je uit! Hier ben je, hier in de Hemel bij Mij, en je bent ervan overtuigd dat je rondzwerft in de wereld, op een berg of in een bos, of woestijn, of rivier. Denk eens aan alle plaatsen waarvan je je verbeeldt dat je daar bent en neem er beslissingen over, zoals waar zou je wonen?
Er is geen plaats waar je woont behalve bij Mij. Je kunt je hoofd afwenden of je ogen dichtdoen. Je ziet Mij misschien niet, maar Ik zeg je ronduit dat er echt niets anders te zien is dan Ik, wat natuurlijk jou omvat. Wat een Scheppen van Nietsheid maakte Ik en van daaruit maakte Ik een toneelspel mogelijk van alles wat je kunt bedenken en veel waar je nog niet aan gedacht hebt of nog geen vat op hebt gekregen.
Je bent verward en verbijsterd over deze Onmetelijkheid van Eenheid waarin je lijkt te staan en te leven, komend en gaand, terwijl er uiteindelijk niets anders is dan Onze Omhelzing. Scheiding bestaat niet. Het idee van afscheiding is een verbazingwekkend concept van wat niet waar is, helemaal niet waar. Ach, illusie.
Ik veronderstel dat je nu zou kunnen zeggen dat Ik jullie verzon! Ik schiep jullie Eén voor Eén, en nu zeg Ik je dat dit individuele zelf waarmee je bevriend bent een verzinsel is van jouw verbeelding. Je flapt eruit: “God, wat dacht U? Wat voor ratjetoe is dit, waar Waarheid en fictie niet te onderscheiden zijn? Feitelijk kunnen ze niet uit elkaar gehouden worden”.
Ja, dat is zo, maar dat deze Waarheid en deze fictie niet uit elkaar gehouden kunnen worden is ook fictie. Toch verandert alle fictie in de wereld hoe dan ook er geen zier aan dat Ik Eén ben en jij Eén bent met Mij.

