Heavenletter #4405 Een Eeuwig Wezen Bezoekt de Aarde
God zei:
Naarmate de jaren verstrijken, gaat het leven inderdaad minder werkelijk lijken. Meer en meer is teruggegaan naar het verleden. Zelfs herinneringen vlieden. Zo vele geliefden hebben de Aarde verlaten. Het leven begint minder werkelijk te lijken. Jij begint de onwerkelijkheid van het leven op Aarde en jouw eigen niet-bestaan te voelen zelfs terwijl je op Aarde leeft.
Het is niet nieuw voor je dat het leven voorbijsnelt, voorbijsnelt. Het is zo dat het leven kortstondiger voor je is. Je kunt dit niet langer ontkennen.
Zelfs de gewone gebeurtenis van wat dood genoemd wordt, zelfs als ze prominent en universeel is, ook die begint onwerkelijk te voelen en natuurlijk is dat zo. De dood bestaat niet. Er is geen dood. Er is massale rouw, maar geen dood, niet één dood.
Je bent niet geboren om te sterven. Je lichaam valt weg, maar niet jij. Je was nooit je lichaam, en niemand anders was ooit alleen zijn lichaam. Het lichaam is het minste van jou, een omhulsel van jou. Het was leuk, maar alleen een fantasie van een lichaam. Jij bent altijd meer vloeibaar dan een lichaam.
Lichamen hebben hun beperkingen. Jij bent onbeperkt. Jij bent bestemd voor veel meer dan een lichaam. Zo dierbaar als lichamen jou ook zijn, lichamen zijn niet zoveel. Je begiftigt lichamen met zoveel. Je zet alles op je lichaam en op de lichamen van anderen. Je noemt een lichaam zelfs leven alsof het lichaam de totaalsom van het bestaan zou zijn. Het lichaam is een vlam in de pan, niet meer dan dat. Het is een voertuig dat jou een poosje dient en waaraan jij lijkt vast te zitten. Het is dienstig zolang het dat is. En dan lever je het weer in en je gaat je weg. Later krijg je misschien een nieuw model, toch ben je eeuwig jou.
Op Aarde speel je een rol. Je past je aan een rol aan. Je hebt een identiteit in de wereld en dat lijkt alles te zijn. Oh mijn hemel, wat is er een gehechtheid. Wat houd je al die tijd vast aan die identiteit, de vermeende tijd, terwijl de identiteit niet bestaat behalve als vermomming.
Jouw ware bestaan is tijdloos. Zonder tijd is jouw bestaan eeuwig. Jij bent eeuwig. Jij bestaat, en je bestaat ergens voor, niet voor niets. Jij bent een Wezen dat op Aarde loopt. Jij bent een Eeuwig Wezen dat de Aarde bezoekt. Je stelt vragen en je overpeinst ze. Er is iets wat je probeert uit te vinden. Je weet het al, maar het is je ontschoten.
Wat is er erg aan als je iets vergeet? Het bestaan gaat evengoed door. Jij gaat evengoed door. Jij bent evengoed Eeuwig. Jij bent eeuwig een afspiegeling van Mij geweest. Gemaakt naar het beeld van Mij, ben je altijd. De essentie van jou is altijd. De essentie van jou is niet je lichaam. Het lichaam is een soort uitrusting. Het is als een notitie. Het is opgeplakt. Jij wordt er partijdig aan. Het wordt jouw idool en jij aanbidt het alsof het heilig was.
Jij bent heilig, maar niet je lichaam. Jouw lichaam omsluit het heilige. Het is het heiligdom.
Huil niet om je lichaam, noch om het lichaam van iemand anders. Huil niet om de Aarde en de tijdelijkheid van het lichaam. Wat is er om te huilen als het hart en de ziel van jou een constante zijn? Zorg voor je lichaam terwijl je het hebt. Het is jou toevertrouwd. Het is jouw kameraad. Het is jouw pony. Jij bent de jockey die erop rijdt, alleen zolang je in de race bent. Natuurlijk race je om je weet niet wat. Je denkt dat je racet om een portemonnee, maar de portemonnee, net als het lichaam, is bijkomstig. Jij echter bent betekenisvol.

