Heavenletter #4387 Lichaam en Ziel
God zei:
Aangezien Wij Eén zijn, wat kan er van Ons Ene Zelf gemaakt worden? Wie spreekt er nu en Wie luistert en schrijft op wat Ik zeg?
Het zou lijken dat IK BEN, en jullie, de gedachte van jullie, zijn Mijn vingers, en dus typen Mijn vingers.
Begrijp dat je niet in Mij verloren bent. De diepste Waarheid van Ons wordt gevonden en dus vindt jouw persoonlijkheid jouw gezegende ziel.
Het drama dat Ik als jou in de wereld leef is een verhaal van lichaam en ziel, nietwaar? Noch lichaam noch ziel moet over het hoofd worden gezien. De kans bestaat dat jij – Ik in een lichaam – dit aspect van Mijzelf niet over het hoofd ziet, maar Ik, de ziel van jou, word over het hoofd gezien, gebagatelliseerd, is niet zo prominent als Ik verlang te zijn. Ik als jou in een lichaam dat het jouwe genoemd wordt, bezoek geregeld andere plaatsen.
Niettemin blijf Ik op Aarde openstaan voor Mijzelf en Mijzelf vinden precies waar Ik binnen de vermeende jij ben.
Er is geen identiteitscrisis. Die was er nooit. Jouw hele tijdelijke verblijf in de wereld is om uit te vinden Wie je werkelijk bent. Zonder uitzondering ben Ik jouw Pracht. Ik ben jouw Ware Natuur. Aan niet één mens die op Aarde rondrent ontbreekt Eenheid met Mij. Wat lijkt dit jou vreemd. Wat vreemd dat jij in jouw fantastische lichaam Mij niet herkent in vermeende anderen en in jouw dwalend zelf terwijl je aldoor Mijzelf bent!
Dit is het mysterie van de eeuwen! Dit mysterie op te lossen is waarvoor je op Aarde bent gekomen, om het op te lossen, om Ons Ene Verenigd Zelf te worden.
En dus sta je perplex. Geliefden, je roeit in een boot naar waar je al bent. Je zoekt naar je Naam. Je zoekt naar het Onuitgesprokene, het Niet-Gevangene, het Onbekende.
Dat wat je op het ogenblik niet gelooft, is wat je zoekt.
Ik ben Overal, en toch vind je Mij niet in een encyclopedie ofschoon Ik daar ook ben. Zoeken naar kennis is zoeken naar God. De hele tijd zit Ik precies waar jij bent. Ik lijk jou een gemaskerde ruiter en toch ben jij het die een vermomming draagt.
Genoeg met deze speculatie. In plaats van een gemaskerde ruiter, ben Ik meer als de heldhaftige ros waarop jij rijdt. Ik ben altijd bij je. Natuurlijk ben Ik dat. Ik ben jou en jij bent Mij, en toch kan het in de wereld lijken dat Wij, Ik, in een impasse zitten en nooit de muur die Ons gescheiden lijkt te houden zullen overwinnen, gescheiden door dezelfde wereld die Wij schiepen. “O Schepper, waar zijt Gij?”.
En toch weet Ik heel goed waar IK BEN, en diep van binnen weet jij, die mythe van jou, dat ook. Diep, diep binnenin jou, ondergedompeld, maar toch daar, is jouw scherp besef van Wie en Wat IK BEN, en daarom intieme kennis van jezelf.
Ja, jouw lichaam hindert jouw bewustzijn, omdat jouw bewustzijn op andere dingen is zoals deze dagelijkse bezigheid waarmee jij bezig bent, en toch achter dit alles, BEN IK, de Waarheid van Ons Ene Zelf.
Je hebt bijna je vinger op dit simpele bewustzijn, dit bewustzijn dat uit het zicht verborgen is.
Het bewijs dat IK BEN ben jij. Jij bent het bewijs van Mijn bestaan. Jij bent Mijn Wezen en het is altijd zo geweest. Alleen begin je er nu het gevoel van te krijgen. Ik ben als een druif hoog aan de wijnstok en jij bereikt Mij bijna. Nog één sprongetje en je zult naar de hoogten opgevaren zijn die de jouwe zijn en altijd waren.
Welkom.

