Heavenletter #4026 Het Zicht vanaf de Bergtop
God zei:
Er is maar Eén Hart in de wereld en dat is het Mijne. Ik deel Mijn Hart met elk schijnbare mens onder jullie. In werkelijkheid deel Ik Mijn Hart met Mijzelf. Zoals jij het ziet is het dat Ik Mijn Hart deel met kleine stukjes van Mijzelf, want dat is jouw waarneming, maar dat is niet waar. Dat is hoe het jou lijkt. Je kunt alleen waarnemen voor zover je waarneemt.
Het is een feit dat er geen kleine stukjes van Mij zijn. Er zijn geen fragmenten. Er is Eén Hart en Ik deel het alleen met Mijzelf inclusief de geschetste vormen van Mijzelf. Naar Mijn beeld geschapen zijn jullie reflecties van het Ene Zelf en toch vertrouw je op de reflecties.
Uiterlijkheden zijn maar uiterlijkheden, Mijn geliefde Zelf.
Laten We zeggen dat er een prisma in jouw hand is en laten We zeggen dat je het omhoog houdt naar het zonlicht. Ach, nu zie je vele prisma's op jouw muur en plafond gereflecteerd. Je ziet het gebroken licht overal en toch ben je je er duidelijk van bewust dat er maar één prisma in jouw hand is. Dat er Eén God is Die nu een grotere betekenis heeft. Er is Eén God en dat is alles wat er is! Goed, het is genoeg. het is wonderbaarlijk. Er is geen minste onder jullie.
In de wereld worden er omhulsels op de reflecties gezet. Schijn is maar schijn. De reflecties van Mij verschijnen in vele vermommingen. Jij bent Mijn reflectie. Je ziet de reflecties en niet zozeer de Bron van de reflecties. Jij die Mijn woorden leest of Mijn woorden hoort, hoort ze door Mijzelf. Wie kan de Ziener, Lezer of Toehoorder van Mijn woorden zijn als Ik dat niet ben? Er is niemand anders behalve in de geaccepteerde betekenis in de wereld.
De wereld focust op de talrijke lotusbloemblaadjes. De wereld is een veel-lotusbloembladige wereld.
Je vraagt: "Hoe kan het dat ik die hier zit werkelijk U ben Die in de Hemel zijt?"
Ik zeg tegen je: "Zeg Me, is er iets wat Ik niet doen kan? Denk je dat Ik niet in jouw kantoor kan zitten zonder het kleine kader van jou? IK BEN Eén en toch zie je de ongelijksoortige reflecties en gelooft er meer in dan dat je in Mij gelooft. Jullie zien jezelf als een stel knikkers. Als je een zak knikkers oppakt verspreiden ze niet zichzelf over de vloer, tenzij jij ze daar neerlegt. Jij bent het die de knikkers gooit, zodat ze dan tegen elkaar stuiteren. Je ziet onnoemelijk veel mensen die reflectie van de Ene God zijn. Ze komen niet uit zichzelf in actie, net zo min als ze zichzelf geschapen hebben. De Schepper is de Doener. Ik beweeg jouw armen en jouw ellebogen. Ik sta op en ga zitten binnen de reflectie van Mijzelf. De wereld is eenvoudiger dan je kunt bedenken, maar je bent aan losse eindjes gewend."
Het is moeilijk voor de menselijke reflectie van Mij, die naar Mij lijkt op te kijken, om te doorgronden wat Ik zeg. Het woord Eenheid kan jou ontroeren. Je kunt de Eenheid aanbidden. Niettemin ben je tegelijkertijd meer met de reflectie van het Prisma doordrongen dan het Prisma zelf. Je noemt de reflecties werkelijkheid als in werkelijkheid het Ene Prisma de enige Werkelijkheid is. Tot je de bergtop bereikt zie je niet wat je niet ziet. Het is nog niet in jouw zicht. Niettemin ben je dichterbij het zicht vanaf de bergtop aan het komen en dan zul je zien.

