Heavenletter #3938 Een Huldeblijk aan Jou
God zei:
Waarvan zingen de vogels en de bomen? Waardoor schijnt de zon? En wat maakt jou wakker, en wat laat jou inslapen?
Je weet dat er iets meer dan jezelf is wat op de Aarde rondloopt. Er is een orkestleider die jou wenkt de dag te beginnen en de dag te sluiten. Er is veel meer dan jou, deze mens die trots stapt, tuimelt, pauzeert, haast maakt enz. op een stuk van de Aarde. Er is meer dan waar jij jouw voeten op dit moment neerzet. Er is meer dan de geest kan zien of zelfs verbeelding kan toveren. Er is groter dan geest en groter dan lichaam.
Er is een heel donderend hart en ziel van jou. Alle engelen klappen voor jou in Mijn opdracht. Ze kunnen het toch niet helpen, omdat als engelen iets moois en wonderlijks zien, ze slechts kunnen klappen. Geliefde, het hele Universum klapt voor jou, juicht jou toe, nodigt je uit in de zonneschijn en wenkt je naar voren.
Dezelfde macht die muziek uit de vogels verklaart tikt jou op de schouder en jouw voeten beginnen te dansen.
Deze Heavenletter is een huldeblijk aan jou, hoewel je de macht die in jou beweegt nog niet herkent. Toch is er niets wat je eraan kunt doen. Macht is binnenin jou en ze is van jou.
Georkestreerd van bovenaf ben jij tegelijkertijd je eigen orkestleider. Hoe kan dat? Jij bent de volger en tegelijk de leider?
Zeker.
Er is een grote wijze gids binnenin jou. Je houdt jezelf in je handpalm. Je gooit jezelf de lucht in, en je vangt jezelf op. Je hebt veelsoortige taken. Je jongleert met veel sinaasappels tegelijk. Je draagt vele hoeden.
En toch ben je tegelijkertijd - tegelijkertijd (wat niet bestaat) - Opperste Eenheid. Je weet niet wat er aan de hand is en toch diep van binnen weet je precies wat er aan de hand is, want je trok het script uit jouw diepten, en je ziet dat het handschrift vertrouwd is. Het script was door jouw hand geschreven.
Je trok jezelf zogezegd uit het vuur. Je begon het vuur en je blies het uit. Je hebt jezelf bestemd. Vreemd als het mag lijken, je schreef de partituur van de muziek en je speelde hem en je keek ernaar en je kon het niet geloven en je geloofde er teveel in.
Jij bent de Bron, en je bent het bewijs. Jij bent het lied en degene die het lied zingt en degene die het lied hoort en degene die erop danst.
Welke immense ster in de galaxieën ben je? Van welke melkweg ben je, als je dat bent. Deze ruw gerande persoon die op Aarde rondrent is zeker niet jou, zeker niet het geheel van jou. Jij bent maar een bezoeker hier op Aarde, en toch ben je de gastheer, en toch dwaal je door een paleis waarvan je gelooft dat je het nooit eerder gezien hebt.
Je weet niets, en je weet alles. Je bent niets, en je bent alles. Alles is van uiterst belang, en niets is belangrijk. Alles verandert iedere seconde, en er verandert nooit iets.
Je vingers bespelen de piano op een tafel zonder toetsen, en toch maak je muziek. En allen komen naar jouw muziek luisteren en Ik luister naar jouw muziek, want Ik ben als een pianist binnenin jou, en Ik hou van de muziek die Ik maak, en Ik hou van de verzonnen speler ervan, en Ik heb lief en Ik heb lief, en jij hebt precies zo lief. Op hoeveel manieren kan Ik het zeggen? Op hoeveel manieren kan Ik zeggen dat er geen jij is? Er is geen Wij. Er is Ik en niets anders dan Ik in het hele Universum.
Er was nooit iets anders dan Ik, maar in de vermomming van jou.

