Heavenletter #3929 In een Mooie Tuin van het Leven op de Top van een Heuvel
God zei:
Hallo, Wereld. Draai je vandaag rond? Ben jij de globe die in de rondte draait en jezelf ontmoet?
En wat ben jij, de wereld, zonder mensen die in verwarring op jou voortbewegen?
Is de wereld de wereld, of is de wereld de mensen erop?
Nu jullie, de mensen in de wereld, zijn jullie aan het liefhebberen? Ben jij een mens die op de wentelende globe van de wereld loopt en jezelf oefent terwijl je steeds rondgaat. Je oefent het leven. En kijk hoe je het doet.
Oefen de spieren van je leven. Groei en groei verder. Stel jezelf open voor nieuwe horizonten en ontdek jezelf.
Je bent een wereld van ontdekkingen. Je ontdekt jezelf opnieuw. Iedere dag doe je dat. Je hebt elke dag overlijdens en geboortes. Cyclus na cyclus doormakend, barst je uit het ei, en daar ben je.
Je bent natuurlijk een pionier. Op de weg die je reist is nooit eerder gereisd. Met pen en papier teken je een excursie van jezelf. Je zet de zon in een hoek van je vel papier en de maan in een andere. Als je een vel gevuld hebt, dan begin je op een ander, en zo wordt jouw dag geboren. Je staat op aandacht. De wekker is jouw trompet. Je staat op en pakt een vel papier om op te schrijven of op te tekenen.
Soms ben je een groot artiest. Soms ben je een cartoonist. Sommige dagen wis je en wis je. Sommige dagen gebruik je potloden en vul je iedere ruimte, waarbij je de hele achtergrond beslaat.
Wat doe je op Aarde? Misschien teken je eenvoudig met een stok in het zand. Van een streep getekend in het zand, groeit er een bloem, en jij bent de bloem die groeit. Zeker, groei je. Zeker, ets je jezelf. Zeker, ben je een beeldhouwer van jezelf.
Het is goed je werk te bewonderen. Er is een dag voorbij en je gaat verder naar nieuw gebied. Neem je rugzak, of neem je vleugels, en kijk waarheen je gaat. Kijk niet om naar waar je geweest bent. Het doet er niet toe. De stap die je nu zet doet er toe. Vandaag is het podium waar je op stapt, en je merkt dat je op een roltrap staat, of dat je misschien op een roltrap voortsjokt. In ieder geval bent je groter aan het worden. Je marcheert nooit op de plaats.
Je kunt het gevoel hebben dat je tijdelijk in het leven vertoeft, en toch reis je. Je reist misschien een kronkelende weg af of op, en een steile heuvel af, of je dwaalt door een bos dat voor de eerste keer een menselijke bezoeker heeft, of je loopt door een woestijn van zand en laat schaduwen van jezelf achter.
Of je duikelt vijf keer op het gras of je maakt een polsstokhoogsprong naar de verste ster. Je gaat altijd ergens heen. Je vult gewoon geen ruimte op waarvan er helemaal niets is. Je brengt niet gewoon de tijd door omdat er geen tijd is om door te brengen.
En dus wat je in feite doet is Mijn hart vullen met de vreugde die Ik jou gegeven heb.
Je hebt echter zoiets als ellende genaamd uitgevonden. Het is maar een uitvinding die op een of andere manier vaste vorm kreeg. Hoe naar ook, ze werd populair. Er werd naar gezocht alsof het een schat was. Door jezelf in de steek gelaten, zocht je haar. Je was door een mijnenveld aan het graven. Kom, geliefde, kom in de bloementuin die Ik voor jou heb aangelegd. Hij wordt Eden genoemd, deze tuin die Ik voor jou heb aangelegd. Je bent er heel dichtbij. Je bent er niet ver vandaan. Nog maar een haarbreedte te gaan. Glinster jouw weg hierheen in het zonlicht of het sterrenlicht of in welk licht je maar wilt, want hier is jouw bestemming, en die ligt precies bij de hand. Het is net voorbij het volgend ogenblik. Het is niet eens op een steenworp afstand. Het is precies hier en precies nu in dit gewezen ogenblik. Je bent nu precies op het hoogste punt van de tuin. Kom, kom bij Mij op de bank zitten. Waarover je ook wilt praten, daar zullen We over praten, knie aan knie, hart aan hart, in een mooie tuin van het leven op de top van een heuvel.

