Heavenletter #11 Het Onschuldige Wezen van Jou
God zei:
Het relatieve leven is een optocht die aan jou voorbijgaat. Bepaalde kostuums, bepaalde ritmes, bepaalde verschijningen marcheren voor je langs. Je gaat de optocht in en weeft jezelf erin en erom, maar je bent altijd vanaf de kant naar de parade aan het kijken.
Als je aan het verleden vasthoudt, houd je alleen vast aan jouw beeld van de optocht die voorbijging. Het is maar een beeld waar je aan vasthoudt. Hoewel er misschien een band in de optocht even op de plaats voor je marcheert, gaat hij altijd verder. En als de optocht lijkt te eindigen, dan is het maar een andere samenstelling waarnaar je kijkt.
Jij, die stilstaat en naar de marcherende bands kijkt, marcheert verder met je ogen. Er verschijnen andere beelden voor je. Want jullie zijn niet degenen die marcheren. Jullie zijn de waarnemers van de optocht. Jullie zijn het publiek. Jullie deelname is denkbeeldig en je zult niet langer vasthouden aan dat wat je je hebt verbeeld.
Je bent de waarnemer van het leven, regen of zonneschijn.
Je kunt kiezen in de optocht van het leven gekluisterd te zijn, of je kunt ervoor kiezen onbezoedeld te zijn.
Als er modder op je spat, wat heeft die dan bereikt? Hij heeft je kleren of je huid bereikt. Modder kan niet het onschuldige wezen van jou bereiken.
Bedenk wat het betekent een wezen te zijn. En een Menselijk wezen te zijn, gevormd door God, gemaakt om een waarnemer van mooie taferelen te zijn. Ik maakte jou om te zijn. Niet om met de beelden te fluctueren. Wat de beelden ook zijn, je bent een wezen dat wezen is.
Wat voor beelden er ook aan je voorbijgaan, jij bent degene die doorgaat. Optochten vinden plaats, maar jij bent degene die voortgaat. We kunnen verder zeggen dat jij degene bent die op de knop drukt die bepaalt welke optocht. We zouden kunnen zeggen dat je vele speeldozen voor je hebt en nu draai je de sleutel op de ene en nu draai je de sleutel op een andere. Op een ervan danst een ballerina. Op een andere danst een clown.
Al die tijd ben jij wezen. Je bent een Menselijk wezen. Jouw wezen is gevestigd. Door de hele optocht heen ben je een wezen. Je bent niet een illusie. Je bent geen fragment. Je bent een heel wezen. Je bent een wezen van heelheid, niet delen.
Het zijn de delen die je achter je laat. Je kunt niet van je heelheid gescheiden zijn. Jou is lieflijk wezen gegeven. Dat is een gegeven.
Je bent als een geschenk gegeven om de optocht te verlichten terwijl die in het zicht komt en terwijl die uit het zicht verdwijnt en er een ander beeld verschijnt.
Jouw ogen verlichten de optocht. Kijk er met vreugde naar. De optocht houdt nooit op en hij begon nooit.
Jij bent de ziener van de optocht.
Er wordt op trommels geslagen en voeten maken een ritmische beweging. Bewaar niet dat waarnaar je kijkt. Hecht je niet aan dat wat je bekijkt. Hecht je niet. Dan hoef je je later niet te onthechten. De band zal evengoed voorbijgaan. Vasthouden is verspilde moeite. Probeer niet aan jou te hechten wat alleen maar weg kan vliegen.
Laat de optocht verder gaan. Vind een ander moment van tijdloosheid voor je. Loop niet vast in een passerende band.
Bewaar de muziek die voorbij het slaan van de trommels ligt.
Bewaar jouw wezen. Eer het. Herinner je het. En je kunt alleen maar wezen zijn, want je bent Mijn wezen dat aan de wereld wordt gepresenteerd. Je bent een afgevaardigde. Je krijgt geen verbeelding om Mijn afgevaardigde te zijn. Je verwijdert verbeelding om Mijn afgevaardigde te zijn.
Mijn afgevaardigde ziet Mijn visie met zijn ogen en hij vertelt over Mijn visie met zijn woorden.
Jij vertegenwoordigt geen ander dan Mij.
Houd je schouders recht en hoog, want je bent een vertegenwoordiger van de God van Zijn.

