HEAVEN #3916 In Goed Gezelschap
God zei:
Zul je Mij als God accepteren? Wat als je dat zou doen? Wat als je gewoon jouw trouw aan Mij zou geven en ongemak en al jouw vragen zou opgeven? Waarom moet je Mij bewijzen en jezelf bewijzen? Laten We elkaar de hand schudden en de zaak eens en voor altijd afsluiten. Laten We Eén zijn in Ons hart. Verenig jouw hart met het Mijne. Houd Mijn hand voor altijd vast. Laten We blij zijn, dat we Eén zijn en Eén voor de Eeuwigheid.
Wij zijn nooit maar op een klein rondje om het blok geweest. We zijn op een mooie reis geweest waar lengte niet gemeten wordt en toch nooit eindigt. We zijn de deining van de Oceaangolven. We zijn Eén op land of op zee. We zijn Eén Wonderbaarlijk Zelf, dat doordringt in golven en golven die Onze Eenheid vieren. We smelten samen zoals de Oceaan met de golven samensmelt, en de golven zijn nooit niet in de Oceaan opgegaan. Ach, Eenheid vanuit de Aarde gezien is tweevoudig. Maar, Eén is natuurlijk Eén, niet Twee.
Waar dacht je dat het leven om ging?
De details doen er niet toe. Wij reizen het Leven samen en er valt niet vanaf te komen. Wij zijn plechtig aan elkaar beloofd, ofschoon er geen ander is. Ander is maar bij wijze van spreken. Het is een bewoording. In Eenheid is er geen ander. In Waarheid is er geen ander. Je kunt niet ander en Eenheid hebben. Je hebt Eenheid en geen ander.
Jij bent Eenheid. Ja, jij, die in de wereld snuift en blaast. Ja, jij, die werkelijk niet weet wat je van moment tot moment doet, zelfs als er geen momenten zijn, alleen Eeuwigheid die momentloos is. Er is geen achtbaan. Je mag denken dat je daar in bent, maar je bent enkelvoudig in Mijn hart. Als Ik stilte ben, dan ben je dat ook. We zijn zo stil als een berg en We zijn zo grenzeloos als liefde, want We zijn één verstrengelde liefde. We zijn naar liefde gegroeid, en Onze Eenheid heeft lief en heeft lief. Blaadjes van Onze liefde vallen op Aarde en Ons Ene Hart stijgt oneindig.
Er bestaat niets dan Eenheid. Er is niets in de hele wijde wereld dan Onze Liefde. Mijn liefde en jouw liefde die Eén Opperste liefde zijn, zelfs als er niets is om opperst over te zijn. Wij zijn een verrukking van Eenheid. In stilte is er een kloppen en Wij omarmen Onze Eenheid als niets anders, want er is niets anders.
Alle vertakkingen in het leven die je ziet zijn niets dan vertakkingen van Eenheid, dus Eenheid kan onrustig naar zichzelf kijken. Het leven is een hoop vertoon. Het is aanprijzen van waar. Het is een stil leven dat lijkt te bewegen. In de grootste activiteit is er stilte. Water begint te koken en er is borrelen van stil water, maar water blijft water. Zelfs bevroren, is water nog steeds water. Er is een variatie ijs genaamd, maar ijs is water. Daarover is geen twijfel. Bevroren water is nog steeds water.
Ongeacht de schijn zijn Wij, jij en Ik, Eenheid. Ik ben Eenheid. In dat geval ben jij er dan. Jij bent niet van Mij gescheiden. Natuurlijk denk je dat je dat bent, maar dat is maar een idee. Ideeën zijn er dertien in een dozijn. Wij, aan de andere kant, zijn Eén, Eén ondeelbare Liefde. Daar komt het op neer. Dat is alles wat er is. En wat een Eenheid is dat. Ze is onvergetelijk en toch is ze vergeten. Vergeten, maar niet verloren. Vergeten en toch herinnerd als een vertrouwde zon of een ster die schittert in de verte, die ook niet bestaat. Geen verte, geen tijd in ruimte. Alleen Eenheid, en toch in goed gezelschap.

