HEAVEN #3460 De Stilte van de Sneeuw, 16 mei 2010
God zei:
In de relatieve wereld heeft alles een evenwicht, dat zelfs is in wat Ik zeg. Het is zus of zo en toch is er een evenwicht. Ik zeg je het rustig aan te doen, je niet te forceren, goed voor jezelf te zijn, heel goed voor jezelf, mild voor jezelf, vriendelijk voor jezelf en toch bedoel Ik niet vertroetelen. Ik bedoel niet dat jij niet wat moeite moet doen, geen moeite, gewoon een inleiding, een stap, een kleine beweging in de richting waarin je wilt gaan.
Ik zeg je dat Wij, jij en Ik, onafscheidelijk zijn, en toch tegelijkertijd vraag Ik je dichter bij Mij te komen, op te schuiven, naar Mij toe te leunen, Mij te horen en zo voort. Aan de ene kant is het genoeg dat Wij Eén zijn. Aan de andere kant is het niet genoeg, want het is Mijn verlangen dat jij Mij ook bewust ervaart. Er gaat niets boven Mij voor jezelf te kennen. Anders is het van horen zeggen, zelfs als het horen zeggen is dat bij Mij ontstaan is.
Er is niet één persoon in de hele wijde wereld die Mij niet direct kan kennen. Het is de bedoeling dat jij Mij voor jezelf kent. Ik ben niet bedoeld een echo van woorden te zijn. IK BEN het Woord, geliefden. Het is goed dat je Mijn Naam kunt zeggen en Mij kunt toeroepen. Het is zelfs beter dat je Mijn antwoord direct hoort. Je hoort het misschien zwak. Je hoeft het niet hard te horen. Een zwakke fluistering van Mij is genoeg.
Iedereen heeft over sneeuw gelezen en over sneeuw gehoord en foto’s van sneeuw gezien. En toch weet je niet echt wat sneeuw is tot je het ziet, het aanraakt, het proeft, er in speelt, zelf sneeuwballen maakt, ze gooit, in de sneeuw loopt en de stilte van de sneeuw hoort.
Je weet misschien alles over de woestijn en kamelen en zandstormen, en toch tot je in een woestijn geweest bent, erin gewoond hebt, pas dan ken je in je hart de woestijn. Tot je de woestijn uit ervaring kent, ken je de woestijn niet. Je weet over de woestijn. Je kent de feiten over de woestijn. Je kent misschien elk feit. Je hebt misschien grote kennis van de woestijn en toch ken je de woestijn niet. Je kent geen zand tot je het door je vingers laat lopen.
De oceaan, hetzelfde. Je kent de oceaan niet tot je erin zwemt, hem voelt, erop drijft, je erin onderdompelt, je door een golf laat overspoelen. Je kunt de oceaan proeven voor jezelf. Geliefden, IK BEN de Oceaan.
Op dezelfde manier, ken je geen pistachenoot tot je de dop met je vingers opzij geduwd hebt en het vlees van de pistachenoot eruit gehaald hebt en erin hebt gebeten, het geproefd hebt, erop hebt gekauwd, het hebt ingeslikt.
Je mag je hele leven bananen gegeten hebben en toch weet je niet hoe een verse rijpe banaan van de boom smaakt.
Je weet niet wat satijn is tot je het aanraakt.
Je mag alles over de planeten weten en toch, wat weet je, tot je een planeet tegen de wang gehouden hebt? Je mag alles over de Aarde weten uit een Encyclopedie. Je hebt je hele leven op Aarde geleefd en toch hoeveel weet je echt van Moeder Aarde tot je haar kloppen gevoeld hebt en haar hartslag hebt gehoord?
Kom dichter bij Mij, geliefden, en leg je hand op Mijn hart en weet voor jezelf dat Ik de jouwe ben.

