HEAVEN # 3215 God Is Eén, 13 september 2009
HEAVEN # 3215 God Is Eén, 13 september 2009
Er is Eén God. Ik ben Eén. Met welke naam Ik ook maar benoemd wordt, IK BEN Eén.
Wanneer Ik God van Jullie Vaderen wordt genoemd, wordt je er aan herinnerd dat
IK dezelfde God BEN die er altijd al was. En toch, zoals je misschien al gedacht had,
is er geen was in het gebied van de Eeuwige. Er was geen begin, want IK BEN altijd.
Er was nooit een tijd dat Ik niet bestond. Er is geen midden. Je moet al wel doorhebben
dat er geen einde is, anders zou Eeuwigheid niet Eeuwigheid zijn. Woorden zijn woorden,
toch zijn zij het beste dat je hebt om dat wat is uit te drukken. Eeuwigheid is. IK BEN eeuwig.
Een andere manier om dit uit te drukken is om te zeggen dat tijd niet bestaat. Eeuwigheid
bestaat, maar tijd niet. Voor eeuwig heeft niets met tijd te maken. Eeuwigheid is stevig.
Tijd is dat niet. Tijd is relatief. Je hebt het zien fluctueren. Tijd verandert steeds. Eeuwigheid
is een tijdloze vlakte waar de wereld op ronddartelt. Eeuwigheid is het platform waar je op
staat. Je zou kunnen zeggen dat Eeuwigheid het goud is waar je in bijt en het loopt nog
geen deuk op omdat het Eeuwigheid is, het echte goud, het ding waar het werkelijk om gaat,
ook al is het absoluut geen ding.
En Eeuwigheid is niet alleen je basis, Eeuwigheid leeft van binnen in je. Je hebt een wederkerige
relatie met Eeuwigheid. Je kunt er niet van gescheiden worden. Het is de Troon waar je op zit.
Het is het rijtuig waar je in rijdt.
Er zijn woorden verzonnen om het Onbeschrijfbare te beschrijven. Je kunt naar een tafel wijzen
en zeggen, “ Tafel.” En toch kun je niet naar Mij wijzen en God zeggen, en toch kun je wel God
zeggen. Je kunt zeggen, “Eén,” in de betekenis van Onze gedeelde Eénheid, of je kunt naar een
stuk snoep wijzen, en zeggen, “ Geef mij er maar één, alsjeblieft.”
In het begin was er het Woord, en toch was er geen begin en is er geen Woord in welke taal ook
maar dat Mij kan omvatten, want IK ben niet te omvatten. Voor zover als IK Eén BEN, is er niemand
die Mij een naam kan geven. Waarom zou Ik mijzelf met een naam benoemen w Ianneer Ik zeer wel
weet Wie IK BEN ? Ik reageer op iedere naam waar Ik mee gekend wordt. Ik antwoord er van harte op.
Ik hoor jullie.
Roep Mij, en Ik kom, en toch ben Ik nooit ergens anders dan precies hier bij jou. Ik ben eeuwig,
en Ik ben overal. Ik ben een God die enig is in zijn soort. Er bestaat geen tijd en er bestaat geen ruimte,
en toch BEN IK Eeuwig, en toch BEN IK Overal.
En hier Zijn We dan dus, en wat valt er anders voor ons te doen dan te delen in deze niet te onderdrukken
Liefde die We zijn. Onze liefde stuitert op en neer en schept nachtelijk sterren. Er bestaat de illusie van
de opkomende en ondergaande zon. Zonder de illusie van tijd, zou er geen ondergaan bestaan en dus
ook geen reden om op te komen.
En toch vraag Ik jullie, Mijn geliefde Lieven, om je te verheffen wanneer je een kamer binnen komt. Ik vraag
je om je te verheffen en jezelf te begroeten. Verhef jezelf om jezelf te eren. Verhef jezelf om te herkennen
Wie het is die de kamer is binnen gekomen. Gedurende al die denkbeeldige tijd, heb je niet geweten Wie je
bent, en je hebt jezelf in een ongelooflijke mate gering geacht.
Nu vraag Ik je om op te staan en jezelf de gunst te bewijzen van het erkennen van de omvang van Mij en dus
van jezelf. Je bent niet beperkt tot dat lichaam waar je mee rondloopt. Wanneer er geen tijd bestaat, geen ruimte,
wat voor grenzen kunnen er dan nog zijn ? Je bent nu onbegrensd, want Wij zijn Eén, en Eenheid houdt van
Eenheid inclusief alle luchtspiegelingen waar het in lijkt te verschijnen.

