God zei:
Geliefden, er zijn ervaringen in het leven. Er gebeuren jou dingen. Iemand wijst je misschien terecht. Iemand kan jou beroven. Iemand kan jou zegenen. Je hebt misschien geen bewuste keus over wat er jou gebeurt.
Het is gemakkelijk voor jou iemands zegen te ontvangen. Misschien was de zegen een mooi geschenk. Misschien was de zegen geld. Misschien was de zegen een glimlach, een vriendelijk woord, goed voedsel. Zonder erover na te denken, glimlach je. Misschien geef je de ander wel een knuffel. In elk geval, voel jij je goed.
Vrij vaak reageer je net zo snel en natuurlijk als iemand jou niet behandelt zoals jij en Ik willen dat iedereen jou behandelt. In plaats van dat je hart opspringt, zinkt je hart. Dat is niet verbazingwekkend.
En vrij vaak, als iemand echt hartelijk is en hij of zij schenkt je geluk, blijf je een poosje erna gelukkig.
En vrij vaak, als iemand liefdeloos is en hij of zij jou in feite geen geluk schenkt, zakt je hart en je voelt je getart en beledigd. Als jij echter verbolgen bent, is dat jouw keuze. Je kon niet kiezen wat de ander zei of deed. Je hart zonk. Maar nu kun je kiezen.
Je kunt piekeren over wat er de hele dag is gebeurd. Je kunt boze brieven schrijven. Je kunt de ander op de neus stompen. Je kunt schelden. Wat je na een voorval doet of zegt is jouw keuze. En hoe lang jij je gekleineerd blijft voelen, dat is jouw keuze. Het is niet de keuze van degene die jou gekrenkt heeft.
Op een bepaald moment wil je er gewoon niet meer aan denken. Je kunt de ander misschien zijn ongehoorde fout vergeven. Misschien kun je dat nog niet. Toch hoef je die schadelijke wrok of regelrechte boosheid niet met je mee te dragen. Je hoeft ze niet te bewaren.
Je mag zeggen dat je het niet kunt helpen. Ik begrijp hoe jij je voelt en toch zeg Ik je dat je het kunt helpen. Jij kunt beslissen het te verhelpen. Je kunt de plaats van het misdrijf verlaten. Je kunt je gedachten een andere richting geven. Je kunt vooraf beslissen dat je onprettige gevoelens niet laat hangen. Je kunt weten dat het niet jouw rol is onprettige gevoelens de overhand te laten krijgen.
Niet langer hoef je een voorval of een ander beslissingen voor jou te laten nemen. Je bent niet hulpeloos. Zelfs als er meer dan je ego gewond is, kun je het laten gaan. Ik zeg niet dat je het gelijk kunt vergeten. Ik zeg dat je kunt beslissen het niet in je hart te proppen.
Je mag denken dat het je hart is dat alle emoties voor jou bepaalt, maar het is je geest. Voorheen heeft je geest je misschien aangespoord wraak te nemen. Je geest zegt je wat te doen, niet je hart.
Je bent eraan gewend geraakt met boosheid of misschien met tranen te reageren. Of je jouw boosheid inderdaad toont is een ding, maar boosheid in jezelf opslaan is iets anders. Dit is waarvan je moet afzien, net zoals je van een tweede stuk taart afziet. De taart is niet de baas over jou. Noch heeft iemand het recht jou te dicteren hoe je moet zijn.
Het is aan jou te beslissen en te zijn. Iemand of iets deed jou iets aan. Laat het idee los dat ze dat niet kunnen. Ze deden het. Wat is het dat jij moet verdedigen? Je eer? Houd je eer aan jezelf en handel dienovereenkomstig.
Ik weet dat woorden je kwetsen. Ik weet ook dat jij jezelf van verdere straf kunt bevrijden. Laat gaan, geliefden, laat gaan. Ongunstige voorvallen zijn niet de baas over jou.