God zei:
De balans tussen dienen en jezelf niet kapot werken wordt niet altijd bereikt in de materiële wereld. Je moet jezelf niet wegcijferen. Jij bent iemand die zorg waard is. Je kunt jezelf niet altijd op de laatste plaats zetten, net zo min als je jezelf altijd op de eerste plaats kunt zetten. Er ligt geen opoffering in deze interactie die Wij dienstbaarheid noemen.
Het is een lastige balans voor jou. Tot de Grote Spirituele Wezens Groot werden, was het lastig voor hen. Naarmate hun bewustzijn groeide, was het niet langer lastig. Hoe deden ze het? Hoe behoedden zij zichzelf en dienden zij Mij toch door anderen met zulke aplomb?
De Grote Spirituele Wezens aten voedsel en sliepen ‘s nachts. Zij gaven hun leven niet weg. Hoe dienden zij Mij op elk moment en gaven zij toch zichzelf niet op? Zij hielden zichzelf heel en compleet. Hoe konden zij anders dienen?
Twee dingen:
Ten eerste, kwamen zij tot een staat van bewustzijn die diende en heelde zonder inspanning. De Grote Spirituele Wezens zouden naar hun onmiddellijke bestemming kunnen lopen. Zij stopten niet. Zij heelden terwijl zij afgingen waarop zij afgingen. Zij heelden en toch stopten zij hun reis niet. Oh, misschien even een pauze. Je kunt er zeker van zijn dat zij niemands lakei waren. Zij hoefden er zelfs nooit aan te denken. Hun geheim was hun bewustzijn. Eén blik, één woord diende velen. Zij dienden altijd. Met elke ademtocht dienden zij. Er was geen opofferen van iets, begrijp je. De Grote Spirituele Wezens zouden niet weten wat opoffering is.
Natuurlijk bedoel Ik niet dat zij nooit moeite moesten doen. Als ze dat deden, was het voor hen geen moeite. Zij dachten niet zo. In dat geval, was waar ze heen gingen hun weg.
Als iemand een Groot Spiritueel Wezen zou zijn die onder een Indische Vijgenboom zat, zou hij niet zijn leven aan de wensen of opdrachten van een ander overlaten. We kunnen de Indische Vijgenboom vergelijken met precies deze staat van bewustzijn die Ik hierboven noem. De Grote Spirituele Wezens zetten hun bewustzijn niet opzij.
Ten tweede, scheen de hoge staat van bewustzijn van de Grote Spirituele Wezens op degenen rondom hen, en op deze manier beschermde het eigen licht van de Grote Spirituele Wezens hen tegen kleingeestige verzoeken. In hun aanwezigheid konden de vragers het Grote Spirituele Wezen bij voorbeeld niet vragen de hele nacht op te blijven om een scriptie te typen of het soort verzoeken dat voor degene die dient te ver gaat. Hoe dan ook, waar de grote Spirituele Wezens in toestemden was wat zij wilden doen. Nooit een opoffering. En niemand zou iets onbeduidends van de grote Spirituele Wezens vragen.
En als iemand dat deed, anders dan jij, zouden de Grote Spirituele Wezen een paar woorden weten te zeggen om het af te doen. Je ziet dat zelfs met een woord of twee de grote Spirituele Wezens dienden. Zij spraken de Waarheid en de harten van hun toehoorders werden gevuld.
De luister van de Grote Spirituele Wezens was zo groot dat de monden van hun toehoorders niet open konden, geen onnodig verzoek konden doen, net zoals jij in Mijn aanwezigheid zou kunnen komen met een lange lijst verzoeken, maar op het juiste moment zou je ze niet doen. Niet langer was er een noodzaak. Je zag de vragen aan voor wat ze waren, een roep om aandacht, een roep om liefde, en er was liefde voor je, en je hart had het niet langer nodig te vragen wat eerder belangrijk had geleken.
We zouden er zo naar kunnen kijken. Een werknemer van een topman van een groot bedrijf in de wereld zal de directeur niet vragen om te babysitten. De werknemer kan wanhopig een babysitter nodig hebben. Onnodig te zeggen dat, zelfs als hij pal naar de directeur staat, hij hem niet zal vragen te babysitten, snap je wat Ik bedoel?