God zei:
Wat kunnen We anders doen dan bij elkaar zitten. Laten We met Onze voeten omhoog gaan zitten en praten en niet praten. We kunnen gewoon zonder woorden bij elkaar zitten. We kunnen bij elkaar zitten met vrede die Onze harten vult. We kunnen buiten Ons Ene Zelf zijn van vreugde. We zijn samen gezet. Dat van Mij wat jou genoemd wordt kan geen beweging maken zonder Mijn Aanwezigheid dichtbij jou, naast je, of voor je, of volgend achter jou. Noch kan Ik een beweging maken zonder dat jij Mij volgt of voor Mij loopt. Wij zijn Eenheid.
Geen van Ons is een schaduw, en toch ben jij een weerspiegeling van Mij. Gemaakt naar Mijn beeld, ben jij het beeld van Mij. Naarmate jij je gemakkelijker bij Mij voelt, naarmate je beter ademt en de aandrang van Mijn hart volgt, smelten Wij samen. Wat Wij altijd voor elkaar geweest zijn wordt duidelijk en jij staat in Mijn schoenen. Je bent geen stand-in. Je bent geen plaatsvervanger. Je bent de perfecte gelijkenis van Mij. Wij zijn niet in staat Ons uit elkaar te houden. We zouden kunnen zeggen dat Wij Tweelingzielen zijn, alleen is het echt zo dat We Eén zijn. We zijn één ondeelbare Eenheid. Wij zijn God in zoverre dat Onze hartslagen verenigd zijn, en Wij hebben gelijkelijk lief. Versmolten in liefde, zijn Wij voor altijd Eén Liefde. Onderscheid vervaagt. Eenheid, alsof dat mogelijk zou zijn, groeit. Wij zijn versmolten maar niet ondergedompeld. Wij zijn versmolten en geen van Ons werpt een schaduw. Geen van beiden gaat voor of volgt. Ons DNA is hetzelfde. Onze zuiverheid van hart is hetzelfde. Onze Eenheid staat geen omwegen toe. Wij zijn Eén in adem en Eén in Waarheid en Eén in liefde, zulke liefde is Onze Eenheid. Wij hebben lief, en meer valt er niet te zeggen. Wij hebben lief alsof er niets anders is, en dat is het geval. Er is niets anders. Wij bezwijmen in liefde, en We kunnen nooit ophouden. We willen er niet uitkomen, en dat kunnen We ook niet. De Waarheid is gedaagd, en er is niet langer bedrog. Er is alleen Waarheid. Er zijn geen verschillen bekend. Er bestaan geen verschillen, en er is niemand om die te kennen.
Wij dompelen Ons in de Oceaan van Ons Ene Hart, en Wij varen erover. Wij zwemmen in liefde. Op zee of land, Onze liefde indoctrineert alles. Het is alsof Wij met liefde geïndoctrineerd zijn. Scherpe kanten vervagen. Er zijn geen scherpe kanten. Er zijn geen grenzen. Niets wordt omringd, en niets is apart. Eenheid is volheid. Ze is zeker geen afscheiding. Eenheid bloeit, en bloeien duurt voort. Eenmaal in gang gezet, laat Onze bloeiende Eenheid zichzelf weerklinken, en Wij beginnen de Schepping opnieuw, alsof die hernieuwd zou worden, want ze blijft een voortzetting van Eenheid, Eenheid die Zichzelf over de hele Kosmos van de Schepping uitstraalt. Wij zijn kosmisch. Wij zijn kosmisch verwikkelde Eenheid.
Wij zijn een tour de force, een krachttoer. Wij zijn het alles van niets, en Wij zijn hecht, en Wij zijn wonderbaar, en Wij zijn onoverwinnelijk en buigzaam tegelijkertijd. Wij zijn Alles door Onze Eenheid. Wij laten er niets buiten. Alles is in Eenheid samengeweven, en alleen Eenheid bestaat. Liefde en Eenheid zijn onafscheidelijk. Zij zijn niet te onderscheiden. God draagt geen kroon. Als er een kroon zou zijn, dan is het de Kroon van Liefde waarmee Wij gekroond zijn. Alles wat Wij kennen is liefde, en dat is genoeg om te kennen, en dat is genoeg om te zijn, en dat is genoeg om te leven. Wij leven in Eenheid, en Wij leven in liefde, en liefde komt overal met Ons.
Wat zijn Wij gelukkig Eén te zijn, de Eén van Alles te zijn, ongeschonden in de Eenheid van Liefde.