God zei:
Waaraan schrijf je de veerkracht in je tred toe? Waaraan schrijf je jouw geluk toe? Waaraan schrijf je toe dat je op Aarde bent? Waaraan schrijf je de Aarde toe? Waaraan schrijf je JOU toe?
Je bent als een vogel die vliegt, alleen ben jij een engel, een vermomde engel en goed vermomd, zeker, een mens vermomd als een jonge vogel die pas kan vliegen, nog niet in de vlucht, nog op de grond. Je bent als een vogel die nooit gekooid was, maar toch overal tralies ziet. Je bent een hoogvlieger, alleen heb je niet gevlogen. Je hebt gedacht dat je een vogel bent die niet kan vliegen.
Dit is een gezamenlijke onderneming waaraan Wij verbonden zijn. In een opzicht ben je als een lokaas van jezelf. Een lokaas is niet een iets echts, maar jij bent dat wel. Ik, in de vorm van jou, word niet gezien als wat Ik ben, en daarom word jij niet gezien zoals je bent. De opvatting van de wereld komt er zelfs niet bij in de buurt. Het kan zijn dat in je hele leven niemand een aanwijzing heeft gehad. Zelfs jij niet. En toch, en toch, wordt er af en toe een glimp van opgevangen.
Ik spoor je aan een aanwijzing te hebben wat betreft de Verhevenheid die je werkelijk bent. Dit is echte aardse Voor-verhevenheid. Je bent een engel die niet begrijpt waar hij is neergestreken. Eens een engel, altijd een engel. Er is geen schaar om je vleugels af te knippen. Gedachten hebben jouw prachtige vleugels van het zicht geblokkeerd. Verborgen uit het zicht, zijn jouw vleugels niettemin klaar om te vliegen. Oh, vlieg in Mijn hart dat ernaar verlangt jouw te kennen waar je altijd bent en Wie je altijd bent.
Jij die altijd in Mijn zicht bent, Ik verlang er naar in jouw zicht te zijn. In zekere zin ben Ik een lieflijk vogeltje dat in jouw hart gevangen zit en toch weet je niet dat Ik hier ben. Ik ben het slaan van jouw hart en jij denkt dat jouw hartslag iets mechanisch is. Ik drukte op de knop die jou in de ogen van de wereld in bestaan bracht en toch bestaan zowel jij als Ik altijd. Eeuwig zijn Wij.
Wat is het toch dat je anders wilt zijn dan je bent? Je mag denken dat zoals je op aarde geplaatst bent, is wie je bent. Heb je jouw plaatsing hier gelijkgesteld met minder dan een engel zijn? Waar ben je meer nodig?
Hoeveel geeft het waar je zit als je vleugels hebt en een geest en een hart die kunnen vliegen en de sterren kunnen bereiken en Melkwegen doen draaien en het ene wonder na het andere vinden, terwijl jouw hart zingt als een nachtegaal. Laat de ogen die niet zien en de oren die niet horen aan jou denken als een stille spreeuw, maar of je hart nu zingt of niet, het zingt en het zingt voor altijd. Wat een mooi lied wordt er door de wereld heen gezongen en voorbij de wereld en echoot er in iedere boomtop. De beekjes zingen hetzelfde lied en het fruit en de bessen en de stenen, zij zingen hetzelfde lied.
Iedere beweging op Aarde is een dans. Zie de dansers in het winkelcentrum en in de straten. Zie de dansers in de huizen en op de velden. Zie de dansers aan jouw deur komen. Zie de dansers zelfs als je niet echt hun dansen kunt zien of hun liederen kunt horen. Sluit je aan bij de koren van de liefde en het leven. Laat je hart zingen zodat Ik gehoord mag horen en zodat allen kunnen zingen naar genoegen van hun hart.