God zei:
Geliefden, wat is er dat Ik niet gezegd heb? Ik herhaal Mijzelf. Ik beroer jouw hart. Ik moedig jou aan.
Denk je dat Ik veel van jou vraag? Ik vraag weinig. Ik vraag dat jij je geliefd voelt en dat jij liefde geeft. Ik vraag jou Mijn agent te zijn op Aarde. Ik vraag jou Mij te vertegenwoordigen. Ik vraag jou van Mijn schepping te houden alsof die van jou zelf was. Ik vraag jou voor jezelf en de wereld waarin je leeft te zorgen. Ik vraag jou vriendelijk te zijn. Ik vraag jou op alles binnen gehoorsafstand te reageren. Ik vraag jou kalm te zijn en vrolijk te zijn.
Ik vraag jou de wereld te verbeteren. Ik vraag jou op het ritme van Mijn hart te trommelen. Ik vraag jou gelukkig te zijn en geluk te geven.
Ik vraag jou te leren en te groeien en het leven in genade te leven.
Ik vraag jou te dansen op de plaats midden in Mijn hart en Mijn partner te zijn in het midden van Mijn hart dat de dansvloer is van het leven dat je leeft. Trommel op het ritme van Mijn hart, dat het jouwe is. Ik geef het jou. Ik geef jou Mijn hart als kostbaar juweel om voor te zorgen. Ik vraag jou het niet voor jezelf te houden, maar het te tonen aan allen in het land. Ik vraag jou te geven en te ontvangen, te ontvangen en te geven en niet het verschil te weten.
Jij weet niet waar Mijn hart begint en eindigt, noch weet je waar het hart in jouw borst en het hart in de schijnbaar andere begint en eindigt, want er is een continuïteit waar geen bres in komt.
Er is één polsslag in het Universum en die klopt nu. Voel Mijn hart. Voel het jouwe. Dit is de polsslag van het Universum. Dit kloppen in jouw hart slaat voor alles wat is of ooit was of ooit zal zijn. Jouw hart klopt voor Mij zoals het Mijne klopt voor jou.
Jij dacht dat je afgescheiden was van Mij en het Mijne. Jij dacht dat jij een punt was op een stof met vele punten. Alle schijnbare punten gaan over in een andere. Afscheiding bestaat niet. Het lijkt zo. Afscheiding werd jou bijgebracht. Jou werd geleerd dat er het jouwe is en dat er het Mijne is. In waarheid ben jij Mijn Mijn-heid. Er is één geen in het Universum en die is van Mij en die is van jou. Alle verschillen die lijken te bestaan, bestaan niet. Eenheid is. Al het andere is niet.
Toch is afscheiding op Aarde opgehouden als een spandoek. Een marskapel heeft jou meegenomen en je laat jouw Zelf achter. Schijnbaar, laat je jouw Zelf achter. Je nam een identiteit aan die helemaal niet de jouwe is. Je hebt deze aangenomen identiteit grote betekenis gegeven, alsof je leven er van af hing.
Je ziet verschillende spelers rond de pokertafel. Je denkt de schijfjes op te pakken of dat iemand anders dat doet. Jij verbeeldt je dat er andere spelers zijn en je verbeeldt je dat je kunt winnen of verliezen. Jij denkt dat je in een kansspel leeft en dat het toeval is dat je op Aarde bracht om enkel kaart te spelen.
Wie is het die kaart speelt, geliefden, in dit casino van het leven? Wie speelt alle handen en wie doet dit of dat? Bent jij het? Is het iemand? Wie juicht jou toe als je wint en wie juicht jou toe als je niet wint en wie zegt jou dat je wint of verliest en wie kan iets hiervan betekenis geven? En toch betekent het iets. Het betekent veel voor jou, zelfs dan als je denkt dat het slechts een zwerftocht is dat de top plaveit van waar het werkelijke leven plaatsvindt en zijn pracht voor de Ene van Ons die twee genoemd wordt.