God zei:
Wanneer kreeg dienen een slechte reputatie? Wanneer begon men ervan uitgegaan dat het beter is degene te zijn die wordt gediend dan degene die dient?
Wordt degene die in een goed restaurant dineert meer gewaardeerd dan de ober die het eten serveert? De wereld zou dat zeggen. Ik zeg dat niet. Bedienen en bediend worden zijn de twee uiteinden van een wip. Beide zijn hoofdzaak. Elk dient de ander.
Het is een mooi iets om een gast aan een diner te zijn die het voor een ander mogelijk maakt te bedienen. En het is een mooi iets om een ober te zijn die voedsel voor het diner opdient. Het is een grootse uitwisseling.
Het is een mooi iets om iemand te zijn die schoonmaakt, iemand die naait, iemand die de bladeren opharkt, de sneeuw ruimt. Begin te denken over de eer die het is om te dienen. Dienen is niet een vluchtig iets, noch is het vluchtig te worden gediend. Jij hebt ieder recht om te dienen en te worden gediend.
Jij weet inmiddels dat degene die een ander dient uiteindelijk zichzelf dient, ja, en ook Mij dient. Jij bent Mijn handen. Door jou, geef Ik.
En door de persoon die gediend wordt, word Ik gediend. Aangezien Ik Degene ben Die uiteindelijk gediend wordt, word jij ook gediend. Dienaar en wie gediend wordt, jij neemt voor Mij waar.
Dienen en gediend worden zijn één beweging. Hoe ineengestrengeld zijn Hemel en Aarde, jij en Ik, Ik en jij, en van wie Ik dan ook spreek.
Hij die wordt gediend dient ook. Wie is een groter Dienaar dan Ik?
En, op Aarde, is het niet zo dat de koning het meeste dient? Als dienstbaarheid wordt gegeven en ontvangen met een goed hart, is de dienstbaarheid gelijkwaardig.
Het kind in de crèche dat schildert vanuit zijn hart is niet minder een kunstenaar dan een beroemde kunstenaar. Zij zijn gelijke gevers. Vanuit Mijn overwicht, dat erg lijkt op het overwicht van de moeder op haar kind, is het schilderij van het kind net zo dierbaar als een dat de wereld waardevol noemt.
De leraar dient de leerling. De leerling dient de leraar.
De pen die schrijft dient het papier waarop hij schrijft. De inkt dient de pen en het papier en de schrijver dient de lezer. De schrijver dient de lezer, en de lezer dient de schrijver.
In de wereld van liefde, wat is daar afgescheiden, Mijn geliefden? In de wereld van liefde, is alles Eén, één enkele beweging van Eenheid, op de manier waarop een zaag een plank doorzaagt.
Jouw hand dient jou, en jij dient jouw hand, en jouw hand dient Mij zoals Ik jou dien.
In de wereld, bezit niemand iets, en iedereen bezit alles.
Niemand verdeelt het firmament en zegt, “Dit is van mij. Het is niet van jou.”
Niemand zegt”, “De lucht is van mij en niet van jou.”
Niemand zegt, “Jij kunt op deze vierkante meter van het voetpad stappen, en niet op die.”
Niemand zegt, “Als jij langs mijn seringenstruik loopt, mag je niet de geur ervan inademen.”
Niemand redeneert over het idee dat het firmament en de lucht en de voetpaden aan iedereen toebehoren. Niemand is zelfzuchtig over deze zaken. Als zij het firmament en de lucht en de voetpaden zouden willen bezitten, is er geen enkele manier voor hen om ze te bezitten. Firmament en lucht en voetpaden kunnen niet bezeten worden. Moge het altijd zo zijn.
En toch wordt voedsel verdeeld. Ruimte wordt verdeeld. De liefde van anderen wordt zelfs afgescheiden en bezeten. “Jij mag van mij houden maar niet van die ander.”
Er is geen begin aan de dienstbaarheid van liefde, en er is geen einde aan de dienstbaarheid van liefde. Liefde kan niet met de hand worden vastgepakt. Liefde is nog vrij en moet niet worden vastgehouden. Liefde wordt gegeven in dienstbaarheid aan het Universum.