HEAVEN # 486 Jij Bent Alles, 20 februari 2002
Alle kleuren van de regenboog zitten in jou. Het hele palet aan mogelijkheden bestaat in jou. Alles is
beschikbaar voor jou. Er is geen muzieknoot waar je niet bij kunt. Er is niets dat jij niet kunt zijn. Er
is niets dat jij niet bent. Je bent meer dan je op het eerste gezicht kunt zien.
En er bestaat muziek voorbij muziek, en kleur voorbij kleur, en alle muziek en kunst zeggen maar één
ding : God is.
Jij bent een verklaring die Ik afgelegd heb. Jij bent Mijn essay. En jij bent Mijn woord.
Jij bent een noot die van de muziek van Mijn fluit kwam. En toch zitten alle noten in jou.
Ik schilderde jou op het universum vanaf een zo weids palet dat er geen einde aan komt.
Oneindig is Mijn palet.
Mijn kop borrelde over, en dus verscheen jij.
Jij bent de zoete nectar van de goden.
Alles is in jou. Dus moet Ik ook wel in jou zijn. Ik, die niet bevat kan worden, besta in jou. Maar je
kunt Mij niet bevatten, want Ik heb ook geen limiet.
We staan geschreven in de lucht, jij en Ik, en allen kunnen ons zien. En We zijn ongeschreven en
ongezien.
Er bestaat geen molecuul van jou die Mij niet bevat, Ik die onbegrensd ben.
Jij bent een streek van Mijn pen, en toch schrijf jij jezelf.
Jij bent de vrijheid in persoon. Onbeperkt zijn je keuzes. Je hoeft alleen maar te kiezen en opnieuw
te kiezen en weer te kiezen en nogmaals, en toch ben je Mijn uitverkorene.
Jij bent altijd jezelf aan het herschrijven, of krabbelen of tekenen. Je kleurt lege bladzijden in. Er zijn
geen regels voor jou om op te vullen. Er zijn geen regels.
De horizon is niet groot genoeg voor jou om op te schrijven. Ik geef je Mijn mouw. Onze inkt is onuitwisbaar
en toch laat het geen teken achter.
Jij bent niet een afgevallen blad. Je rijst op van de grond en groeit groen aan de tak van een boom.
De boom is niet volledig zonder jou, en toch is hij nooit compleet noch onaf.
Ik ben overal aanwezig. Er is geen verleden. Er is niets om je te herinneren behalve Onszelf. Er is geen
hereniging omdat we nooit uit elkaar gegaan zijn.
Ik wend Mijn blik nooit van jou af. Jij bent altijd in Mijn gezichtsveld en in Mijn hart. Jij kunt jezelf niet van
Mij ontdoen.
Zie Mij als het paard dat je berijdt in de zonsondergang. Zie Mij als de zonsondergang waar je heen rijdt.
Wie zit op Mijn rug ? Ik rijd op Mijzelf. Jij denkt dat je de eenzame ruiter bent. En jij denkt dat je niet weet
waar je naar toe rijdt.
Maar jij bent op weg naar waar Wij zijn. Je zwerft over heuvels en dalen en wolkenformaties. Je slingert
jezelf naar de meest afgelegen sterren terwijl je nog steeds op de grond staat. Je slingert door het universum.
Je bent als een komeet. Je jaagt je eigen staart achterna. Je strijkt overal neer. Je bent nergens.
Je hebt geen idee van de omvang van jezelf. De grenzen waar jij in gelooft zijn een luchtspiegeling. Jij bent
niet de luchtspiegeling. Jij bent een reiziger door het universum. Jij bent de adem die Ik inadem en uitadem.
Jij bent de harteklop van het universum. Wat anders dacht je te zijn ?
Jij bent meer dan de muziek van Mijn lied. Jij bent de schoonheid van Mijn muziek. Jij bent de echo van Mijn
gedachte. Ik dacht jou je bestaan in. Vanuit Mijn bestaan, heb Ik jou geschapen. Ik hoefde nooit te oefenen.
Jij werd in volle bloei geboren uit de warmte van Mijn adem op een schitterende fluit.
En Ik speel jou nog steeds. Jij bent muziek die nog steeds uit Mijn adem en vingers komt. Ik zit in de zon of
op de maan, en Ik speel jou overal ogenblikkelijk.
Ik speel jou nu.